Bijna een op de vijf atheïstische en agnostische wetenschappers in de Verenigde Staten betrekken hun familie bij kerken en andere religieuze instellingen, ook als ze het niet eens zijn met de leer.
Dat blijkt uit onderzoek van de Rice University in Houston en de University van Buffalo.
Atheïstische wetenschappers bezoeken religieuze instellingen vanuit maatschappelijke en persoonlijke motieven. Zo kan bijvoorbeeld de partner een geloofsovertuiging aanhangen. Ook willen atheïsten door kerkbezoek hun kinderen de mogelijkheid geven een weloverwogen beslissing te maken aangaande hun religieuze voorkeur.
Socioloog Elaine Howard Ecklund van Rice University vindt de uitkomst opmerkelijk omdat men er lange tijd voetstoots van uitging dat atheïsten alle vormen van religie sterk afkeuren. Nu blijkt dat zelfs hun kinderen kennis mogen maken met religie. „Het is meer in overeenstemming met hun wetenschappelijke identiteit om hun kinderen bloot te stellen aan alle bronnen van kennis.”
Het onderzoek is gepubliceerd in het decembernummer van de Journal for the Scientific Study of Religion. (bron RD. zie ook http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1468-5906.2011.01604.x/abstract)
Gisteren verscheen in het boek 'Het Kwaad', bij uitgeverij Skandalon, het artikel Flirten met Goth, religiositeit zonder geloof in een kwijnende subcultuur.
Op het inmiddels gesloten forum Gothic Nederland is vijf jaar lang gediscussieerd over wat het is om goth te zijn, en over tal van levensbeschouwelijke en religieuze onderwerpen. Het is een goudmijn om in te onderzoeken hoe religie goths bezighoudt. De website is uniek omdat goths niet open zijn tegenover de buitenwereld. Journalisten en wetenschappers worden gewantrouwd. Hoe verhouden goths zich tot het kwaad dat zij overal terug zien, in zichzelf herkennen en waarvan ze een bepaalde subcultureel vormgegeven set uitbeeldingen cultiveren? Wordt er ook op ‘agelovige’ wijze geflirt met religieuze beelden, zoals van het kwaad of God?
Een paar citaten van de schillende goths:
In mijn naaste omgeving zie ik ook dat God bijvoorbeeld wordt gebruikt als hulpmiddel bij het rouwproces. Zelf ben ik niet gelovig, maar toen mijn oma overleed heb ik een kruisje en een mariabeeldje van haar geërfd. Die houd ik, niet omdat ik gelovig ben,
maar omdat ze me aan mijn oma herinneren. God in de rol van herinnering aan een verloren naaste, zogezegd.
Ik zie God als de 0-en en 1-en achter alles wat er is, niet als een wezen. We kunnen God ons niet eens voorstellen. De pogingen van de mens om God te doorgronden of te begrijpen zijn allemaal nutteloos, het is net zoiets als het heelal; het is oneindig en heeft altijd bestaan. Dus ik geloof niet dat God enige rol heeft behalve dat ‘God’ de programmataal is van het universum. En dat zal ook zo blijven. Ik ben teveel met Kabbalah bezig, denk ik.
Oké ik zal duidelijk zijn, ik ben gisteren samen met m’n zus naar de eo-jongerendag geweest. Het heeft m’n ogen geopend over god, terwijl ik niet gelovig ben. Het was echt te gek, en er waren meer goths. Oké wat mij tot het eo-jongerenfestival bracht was ongeloof in god. Ik geloof niet in hem en nog steeds niet.
Het Kwaad, red. Bettine Siertsema. Skandalon 2011, p. 191 - 203.
De ramadan zit er voor de gelovigen bijna op: zondagavond.
Ik ben inmiddels gestopt. Nadat de hel mij er in het vooruitzicht was gesteld (zie Trouw vorige week woensdag ), had ik geen zin meer in het dagelijkse moskee bezoek. Neem ik ze dan niet te serieus, vroeg ik me nog even af, maar nee, dat is het niet. Ik vond het er gewoon niet meer leuk genoeg. Zo leuk is het immers niet als je ergens niet echt welkom bent. En de motivatie van mijn medemoskeegangers vond ik ook niet al te inspirerend: punten halen om in de hemel te komen.
Vandaag in Trouw als het laatste artikel over de ramadan een verslag van mijn bezoek aan een soefigroep waar je de hel niet in het vooruizicht wordt gesteld, en waar velen niet eens aan de ramadan doen. Bij de zikr, het ritueel waarin met muziek en recitatie gezocht wordt de beleving van God, zijn niet-gelovigen welkom zonder dat ze eigenlijk in de hel worden geplaatst. In de zikr wordt je niet alleen getracteerd op mooie muziek, maar ook op diepzinnige gedichten en een stilte meditatie. Als ik dus weer eens wil flirten met Allah doe ik het dus liever daar.
Als religiositeit een kwestie van smaak is, dan is het de vraag hoe smaakvol het is om aan de ramadan te doen. Het vasten bevalt mij wel - het maakt bewust van de gewoonte er maar van alles in te proppen, en het helpt je herinneren aan goede intenties zoals vergevingsgezindheid. Honger is een primair gevoel dat je herinnert aan de condition humaine, het helpt je levensbeschouwelijk in het leven te staan.
Maar ramadan is ook ongezond, tenminste op haar door moslims beoefende manier. De hele dag niet drinken, het geeft hoofdpijn en is slecht voor de nieren. Daarmee ben ik dus een week geleden al gestopt.
Moslims verbreken het vasten 's avonds laat, en ze doen dat gemeenschappelijk, door zich vol te proppen met lekkernijen. Velen komen dan ook aan van een maandje ramadan. Ook dat is niet gezond. Voor mij als Hollander die leeft onder niet-moslims, betekent het 's avond laat breken van het vasten dat ik een maand lang niet mee kan eten met familie en virenden. Ik heb het een week gedaan, maar toen gekozen voor het breken van het vasten rond een uur of zes. Zodat het sociale leven gewoon door kan gaan. Dit zonder me de hele nacht door vol te proppen, om de volgende dag zo laat mogelijk pas weer honger te voelen. Dat werkt niet, is niet gezond en je schiet ermee het doel van het vasten voorbij: honger lijden.
Waar is de vrouw?
Gisteravond, half twaalf. Voor de moskee hangen jongens van een jaar of twaalf. Terwijl ik m'n fiets tegen de muur zet hoor ik ze nog zeggen 'lekker ruzie maken met Nederlanders'. Macho lopen ze de straat uit.
Ik ga naar binnen. Het is er druk, heel druk. In het vrouwendeel beneden staat een tafel waar donaties kunnen worden afgegeven voor de nieuwbouw een moskee, waarvan de tekening al overal hangt, maar die nog bij elkaar gespaard moet worden. Vrouwen zijn er niet. De vrouwen hebben helemaal achterin een kleine ruimte, met een eigen ingang in de achteersteeg, maar de meesten zitten thuis, zegt eem man me desgevraagd. Waarom? ,,Dat is beter voor ze.'' Helaas krijg je voor thuis bidden volgens dezelfde man wel minder ajr, bonuspunten voor de hemel, dan voor in de moskee bidden. ,,Maar bij elke bevalling worden alle zonden van hen afgewassen. Dat geeft ze een geweldige voorsprong.''
Maar zouden veel vrouwen het niet inspirerend vinden om naar de koranrecitaties te luisteren en mee te bidden, onafhankelijk van al dan niet te behalen punten, vraag ik. De man begrijpt me niet.
Ik voel me een vreemde eend in de bijt, en vraag me af of ik me hier nog wel genoeg thuis voel om dagelijks mee te bidden.
In Arabische landen is de oproep tot gebed een indringende kennismaking met de islam. Vijfmaal per dag word je erop getrakteerd. Het koor zingt viermaal Allah akbar, God is de grootste, twee keer Ashhadoe an la ilaha illa ‘llah, Ik getuig dat er geen God dan God is, en twee keer Ashhadoe anna Mohammadan rasoel Allah, Ik getuig dat Mohammed de boodschapper van God is. Dan volgt twee keer Hayya ala ‘l-salah, Kom tot gebed, en Hayya ala ‘l-falah, Kom tot heil. En ‘s ochtends ook nog: Al-salah khayroen min al-nawm, Bidden is beter dan slapen. Het koor sluit af met Allah akbar. La ilaha illa ‘llah.
De gebedsomroeper zingt zijn oproep vanaf de minaret in het rond. En minaretten heb je in Arabische landen overal, dus de oproep klinkt allom.
In Nederland klinkt de gebedsoproep in de moskee zelf. Een dikke man met een flinke bloeduitstorting op zijn vette met doeken omzwachtelde hoofd spreekt hem uit. De versterker zorgt voor een flinke galm, zodat het lijkt alsof hij vanaf en toren de wijde ruimte in roept.
De blauwe plek is van het vele bidden en geldt als statussymbool. ,,Het is een teken van het geloof,'' zegt een bezoeker. ,,Een geheim van God met een boodschap, een soort stempel: 'goed bezig'.'' Ook hij heeft zo'n plekje. ,,Maar bij mij kun je het niet zien, want het zit onder mijn haar.''
Flirten met Allah, dat is meedoen met gebed en vasten. Meedoen is lonken.
Meelonken met de gelovigen. Maar dan zonder geloof. Om de beleving. Zoals de beleving aangesproken te worden, door... vooruit, zij noemen het 'Allah'. Ik zelf heb geen idee: door God of door fantasie, het is niet uit te maken.
Zie voor meer over zulk reli-geflirt http://www.flirtenmetgod.nl/.
Meedoen is ook een vorm van journalistiek. Het is een manier om informatie te verwerven die niet kan worden verkregen door aan de zijlijn te blijven staan.
Meedoen is het antwoord zoeken op vragen. En het klimaat scheppen om mensen open te doen zijn, zodat ze willen praten over zichzelf, hun religie, geloof en beleving. Zo probeer ik op twee manieren inzicht te krijgen in de ramadan. Alleen door er met je neus bovenop te staan, kom je meer te weten. Meedoen is het recept voor diepgravender religiejournalistiek, ook bij de islam.
Het eerste etmaal doorstaan. De honger is groot maar dragelijk, met de dorst valt het mee, maar gezond lijkt me het niet om dagelijks bijna 20 uur niet te drinken.
Je 's ochtends volproppen is een beginnersfout, hoor ik in de moskee. Voor het hongergevoel maakt het toch niet uit, dat komt zowieso. Nog een beginnersfout: de ramadan begint niet bij zonsopkomst, maar al eerder, namelijk zodra in het donker een zwarte en en wite draad van elkaar zijn te onderscheiden. Volgens de in de moskee verstrekte ramadankalender was dat vanochtend om 3.43
Drie zure haringen, een liter tomatensoep (was toevallig in huis), en een halve liter water. Bommetjevol begin ik de ramadan.
De eerste criticus heeft zich al gemeld. Ze vraagt zich af of het 'misschien niet een beetje droogzwemmen wordt', en wat de criteria zijn om te beoordelen of dit flirten lukt. Droogzwemmen in ieder geval, maar dat geldt dan ook voor alle gelovigen. En ook de criteria of het lukt zijn hetzelfde als die van de gelovigen: subjectief.
Morgenochend om 6 uur is het zover, dan begint de ramadan. Vanaf morgen doe ik op dit weblog verslag van de poging iets religieus aan de ramadan te beleven, niet omdat ik in Allah en zijn wetten geloof, maar omdat ik wil proberen de waarde die ramadan wellicht kan hebben te ontdekken. Vanaf woensdag ook in Trouw.
Dominee Christien Crouwel (PKN Nuenen) preekte vandaag naar aanleiding van het afscheid van groep 8 van de kindernevendienst ook over Flirten met God.
Aanzetten hiervan lijken ook in haar kerk zichtbaar te zijn. Zo leeft er ook in haar kerk een onvermogen nog te geloven.
,,Ook binnen de kerk is geloven al lang niet meer zo vanzelfsprekend. In de gespreksgroep Geloof & Leven van afgelopen seizoen kwam telkens weer de vraag naar boven: Hoe kan ik eigenlijk zeker weten dat er een God is, of iets goddelijks - met andere woorden: dat er achter het projectiescherm van mijn verlangen, zich ook echt iets bevindt? Die geloofswaarheden die we al die eeuwen aangereikt hebben gekregen, kunnen we daar nog wel wat mee? Misschien is elk signaal dat we van God menen te ontvangen gewoon inbeelding. Een product van mijn fantasie."
Vervolgens houdt ze de kerkgangers het idee voor dat in het boek Flirten met God wordt uitgewerkt. ,,De vraag die de schrijver opwerpt, is: Is dat eigenlijk zo erg? Moet je eigenlijk in God geloven om te kunnen bidden, en in wonderen om ze mee te maken, kortom, moet je gelovig zijn om iets te beleven aan religie? Om iets van de schoonheid en waarheid van religie te beleven? Volgens de schrijver hoeft het niet: Je kunt ook heel goed religieus zijn, zonder in de traditionele zekerheden te geloven. In zijn epiloog zegt hij: "Als wij het zelf zijn die ons een god scheppen, laten we er dan werk van maken en aan het scheppen slaan. Religies bieden volop inspiratie en mogelijkheden. Het zijn enorme reservoirs."
,,Misschien moeten we als kerkgemeenschap ons veel meer bewust worden van deze ontwikkelingen en daar ook met meer openheid over spreken. Hoe vaak hoor ik niet van mensen hier in de kerk: 'Volgens mij geloof ik veel minder dan de andere kerkgangers'. Laten we dat gesprek over wat we wel en niet meer willen en kunnen geloven eens eerlijk met elkaar voeren. Wat kunnen we met elkaar delen? Waar willen we niet achter terug? Dat zou voor velen een enorme bevrijding kunnen zijn."
Crouwel licht toe dat er in haar kerk al veel gebeurt omdat mensen het mooi en inspirerend vinden, zonder dat men zich er bij afvraagt of het wel geloofwaardig is. In Nuenen wordt al geflirt met God.
Religieuze ervaringen in het basisonderwijs
Tom Schoemaker, docent aan Pabo Arnhem, schrijft in een blog over het verschijnsel van 'religieuze ervaring zonder te geloven'. Hier een samenvatting:
,,Een groot deel van de discussie rondom het boek “Flirten met God” is preken voor de eigen parochie. Je wilt dat gelovigen politiek betrokken zijn, dus wil je dat mensen zich verbinden. Je wilt dat de kerken vol stromen, dus zit je in je maag met mensen die jouw “unique selling point” elders halen. Maar de eenvoudige (1ste) constatering van Koert van de Velde is dat het gewoon bestaat.
In mijn werk als docent levensbeschouwing op de (niet specifiek christelijke) Pabo Arnhem, kom ik dit soort ervaringen voortdurend tegen bij mijn studenten. En mijn studenten komen dit soort ervaringen tegen bij de kinderen in hun stageklassen. En nou wordt het, volgens mij, interessant. Wat moeten die stagiairs van mij nou met de ervaringen van die kinderen? Moeten zij ze negeren, want ze bestaan niet? Moeten zij die kinderen naar de kerk verwijzen, want daar horen die ervaringen thuis? Of kunnen ze ook iets anders?
Het leuke is dat het op allerlei manieren al gebeurt binnen het onderwijs, vaak zonder het zo te noemen. Door met kinderen te bidden en daarbij een God aan te spreken, ga je er impliciet van uit dat het kind boven de feitelijke werkelijkheid uit kan stijgen en God kan ontmoeten. Ook als je niet in God gelooft. Door een kaars aan te steken, stimuleer je kinderen zich open te stellen voor het mysterie van het vuur. Door een verjaardag te vieren en een kind een feestmuts op te zetten, stimuleer je kinderen om te ervaren dat ze op die dag meer zijn dan op alle andere dagen. Allemaal religieuze ervaringen.
Hoewel ik zelf overtuigd en betrokken protestant ben, jaren als missionair werker voor de Protestantse Kerk in Nederland gewerkt heb, en nu verantwoordelijk ben voor het opleiden tot het Diploma Christelijk Basis Onderwijs (DCBO) is mijn passie niet om kinderen te stimuleren om protestants, of zelfs christelijk te worden. Ik gun ze wel een leerkracht die hun religieuze ervaringen serieus neemt, die ze kan helpen deze te verwoorden, en die wellicht ook kan stimuleren om te dergelijke ervaringen bewust op te doen. Want zo kan een kind boven zichzelf uitgetild worden. En dat is mij heel wat waard.''
Astrologie als flirt met God
Interview met Joep de Hart. Gerrit-Jan Kleinjan, 'De innerlijke ervaring telt', Trouw 28 mei Wat doen de jongeren?
,,Die verbazen zich om te beginnen over de babyboomers. Ze zijn immers veel vrijer opgevoed. Het idee dat je ergens mee afrekent vind je daar niet. Maar de interesse in wat ik 'paracultuur' noem, zeg maar occultisme, spiritisme, astrologie, telekinese, dat is een interesse die je wel bij heel veel jongeren vindt. Maar wel op een specifieke manier. Laat ik astrologie als voorbeeld gebruiken: bijna iedere jongere leest op zijn tijd wel eens een horoscoop. Er zijn er veel minder die dat doen omdat ze geloven dat de stand van de sterrren jouw leven beïnvloedt. En bijna niemand stemt zijn gedrag erop af, terwijl dat toch zo'n beetje de veronderstelling is van de astrologie.
Dat lezen van horoscopen heeft meer te maken met een moment van reflectie: er wordt iets gezegd over wat je te wachten staat. Dat lees je dan in de gratis krant in de trein. Bij het uitstappen ben je eigenlijk al weer vergeten wat er stond."
Hij is al enige weken oud, maar hij is uit het leven gegrepen: een voorbeeld van flirten met God, en het oordeel erover van Neerlands grootste moraliste, Beatrijs Ritsema:
Beste Beatrijs,
Mijn vrouw en ik zijn uitgenodigd voor de doopplechtigheid van ons pas geboren neefje. Ons probleem hiermee is dat dit gezin werkelijk niets aan het geloof doet, maar wel de baby wil laten dopen. Wij vinden dat een schijnvertoning die geen enkele waarde heeft. Het liefst zouden we deze kermisplechtigheid aan ons voorbij laten gaan en bedanken voor de eer. Is dit verstandig of moeten we voor de lieve vrede in onze familie toch maar opdraven?
Beste Doop zonder geloof,
Ook al laat uw familie zich zondags nooit zien in de kerk en gaan zij zich wellicht te buiten aan alles wat God verboden heeft, het beproefde ritueel rond de geboorte is kennelijk nog steeds belangrijk voor hen. Zie het als het laatste draadje waarmee ze nog met het geloof zijn verbonden. Het zou u sieren om als naaste familie te delen in de vreugde rondom de doopplechtigheid voor uw neefje, en u verder niet te bekommeren over de vraag of z'n ouders wel christelijk genoeg zijn.
Trouw 9 april 2011
Dominee Bert Altena vindt Flirten met God maar niks. Op zijn weblog legt hij uit waarom. Hieronder de reactie van Koert van der Velde, de schrijver van het boek Flirten met God.
Voor de een is geloven een onmogelijke opgave, de ander draait er zijn hand niet voor om. Als Alice in Wonderland zegt dat ze niet kan geloven in onmogelijke zaken, antwoordt de koningin: ,,Ik durf te zeggen dat jij niet veel geoefend hebt. Toen ik jouw leeftijd had, deed ik het altijd een half uur per dag. Soms lukte het me om nog voor het ontbijt zo veel als zes onmogelijke dingen te geloven.”
Dominee Bert Altena lijkt in zijn recensie van het boek Flirten met God op de koningin. Hij schrijft over mij: ,,Ik vind het vreemd dat hij zo star is in zijn afwijzing van geloof zoals dat in de ruimte van de kerk kan worden beleefd. Daar is veel meer bewegingsruimte dan hij doet voorkomen. Binnen de christelijke traditie kun je heel goed je plaats vinden ook als je maar een heel klein beetje gelooft.”
Een heel klein beetje voor waarhouden is volgens Altena al genoeg. Tegelijk is voor hem geloven ‘zoveel meer’ dan ‘vertrouwen in de waarheid van datgene waar religieuze beelden naar willen verwijzen’ (vrij naar de Van Dale). Ook ritueel en kerkgang maken voor hem deel uit van het geloven. De neiging van veel theologen om overal het woordje geloof maar bij te plakken geeft een ware begrippendiaree – geloofsbeleving, geloofspraktijk, geloofsleven, geloofstraditie, geloofsgemeenschap, geloofsopvoeding, ga maar door. Het zijn begrippen die vroeger de centraliteit van het geloven als voor waarhouden benadrukten. Tegenwoordig lijkt het eerder een stategie om het problematische van het geloven als voor waarhouden achter andere, niet aanstootgevende betekenissen weg te moffelen. Voor iemand als Altena is het woord ‘geloof’ zo volgeladen met betekenissen dat het bijna synoniem is aan religiositeit. Waardoor voor hem alleen al de gedachte aan de mogelijkheid van religiositeit zonder geloof eronder bezwijkt.
Het ‘hele kleine beetje geloven’ dat Altena als voorwaarde voor religiositeit stelt, maak daar nou toch niet zo krampachtig probleem van, vindt Altena. Maar ook een ‘heel klein beetje geloven’ is voor wie niet meer kan en wil geloven veel te veel gevraagd. Zelfs gelooft zo iemand niet dat God niét bestaat; hij is agelovig, het religieuze geloven voorbij.
Hoe komt Altena erbij de religiositeit van de minstens tien procent van de Nederlanders die niet gelooft maar wel aan religieus ritueel doet en dito ervaringen kan hebben te ontkennen? Waarom probeert hij hen het door hem (en mij) zo waardevol gevonden etiket ‘religiositeit’ te onthouden?
Religie is volgens Altena ‘verbinden’, en hij denkt bij de agelovige flirter het omgekeerde te zien: daar cirkelt de beleving om het eigen ik. Hij zegt dat omdat smaak voor de flirter het criterium is voor de keuze van religieuze vormen, en niet geloof (al zal het voor veel gelovigen stiekem ook zo liggen). Wie niet gelooft heeft echter geen andere opties dan expliciet een smaakcriterium te hanteren. Dat maakt de flirter nog niet tot egocentrist. Of Altena moet ook de kunstliefhebber en de wandelaar egocentrisch noemen.
Ook bij agelovige religiositeit speelt ‘verbinding’ een rol. Een agelovige flirt is vanzelfsprekend pas geslaagd als ze je de sensatie geeft dat er iets van buiten jezelf komt – de flirter waardeert deze sensatie, maar gelovig wordt hij er niet van. En ook deze agelovige flirter, niets menselijks is hem vreemd, zal verbondenheid met andere mensen nastreven, wellicht ook op religieus gebied, maar cruciaal voor de vraag of agelovig geflirt religieus is, is dat niet.
Wat is de diepste grond van Altena’s ontkenning van het religieuze karakter van het agelovige geflirt met God? Die grond is de overtuiging dat flirten geen werkelijk contact zal opleven. Hoe hij dat weet? Van God kennelijk, op basis van zijn geloof.
Nu is er op het gebied van religie niet gauw iets nieuws onder de zon, maar mogelijk is religiositeit zonder geloof wel een nieuwe ontwikkeling. Onze cultuur is zonder weerga veranderd, en dan is het mogelijk, en zelfs aannemelijk dat er ook op het gebied van religie dingen veranderen die ongekend zijn. Religiositeit zonder geloof klinkt velen als zeer herkenbaar in de oren, maar er zijn er ook die het hele idee maar niet kunnen vatten en de hakken in het zand zetten: religiositeit zonder geloof – ook al vatten ze nog niet helemaal wat het is – is afkeurenswaardig. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon: op het religieuze erf wordt vernieuwing traditioneel met boe-geroep begroet.
NRC 14/15 mei 2011
Interview van Derk Walters met met L.M de Rijk
De Rijk (1924) was van 1956 tot 1961 lid van de Eerste Kamer, namens de PvdA. Hij was hoogleraar wijsbegeerte in Leiden en in Utrecht. Hij staat bekend als een groot kenner van de middeleeuwse wijsbegeerte.
Kritisch denken is een belangrijk thema in uw boek Geloven en weten. Pleidooi voor een sober atheïsme (2010). In dat boek valt u onder anderen de Britse bioloog Richard Dawkins aan, bekend van zijn boek God als misvatting (2006). Dawkins fileert alle argumenten voor het bestaan van een god. Dat getuigt toch juist van kritisch denken?
„Ik ben, net als Dawkins, een atheïst, in de letterlijke zin van het woord. Een a-theïst keert zich tegen het theïsme, de vanzelfsprekende aanname dat er een persoonlijke God-Schepper zou bestaan, onafhankelijk van ons denken. Aan vanzelfsprekende aannames doe ik niet. Het draait om empirie, om feiten."
„Dawkins gaat te ver waar hij stelt dat ook alle vormen van religiositeit absurd en verwerpelijk zijn. Ook al bestaat God niet, je kunt in je denken wel op zinvolle wijze een religieus domein ontwerpen dat jou inspireert. Dat mensen erin slagen om met behulp van hun religie hun leven zin te geven, is heel goed, maar het moet niet tot psychische verkramptheid leiden, bijvoorbeeld als mensen zich verplicht voelen om bij onverteerbaar, persoonlijk leed, zoals het verlies van een kind, te blijven geloven in de goede God.”