zaterdag 28 mei 2011

Agelovige religiositeit in de media 2

Astrologie als flirt met God
Interview met Joep de Hart. Gerrit-Jan Kleinjan, 'De innerlijke ervaring telt', Trouw 28 mei
Wat doen de jongeren?
,,Die verbazen zich om te beginnen over de babyboomers. Ze zijn immers veel vrijer opgevoed. Het idee dat je ergens mee afrekent vind je daar niet. Maar de interesse in wat ik 'paracultuur' noem, zeg maar occultisme, spiritisme, astrologie, telekinese, dat is een interesse die je wel bij heel veel jongeren vindt. Maar wel op een specifieke manier. Laat ik astrologie als voorbeeld gebruiken: bijna iedere jongere leest op zijn tijd wel eens een horoscoop. Er zijn er veel minder die dat doen omdat ze geloven dat de stand van de sterrren jouw leven beïnvloedt. En bijna niemand stemt zijn gedrag erop af, terwijl dat toch zo'n beetje de veronderstelling is van de astrologie.
Dat lezen van horoscopen heeft meer te maken met een moment van reflectie: er wordt iets gezegd over wat je te wachten staat. Dat lees je dan in de gratis krant in de trein. Bij het uitstappen ben je eigenlijk al weer vergeten wat er stond."

vrijdag 27 mei 2011

Religiositeit zonder geloof 1

Hij is al enige weken oud, maar hij is uit het leven gegrepen: een voorbeeld van flirten met God, en het oordeel erover van Neerlands grootste moraliste, Beatrijs Ritsema:

Beste Beatrijs,
Mijn vrouw en ik zijn uitgenodigd voor de doopplechtigheid van ons pas geboren neefje. Ons probleem hiermee is dat dit gezin werkelijk niets aan het geloof doet, maar wel de baby wil laten dopen. Wij vinden dat een schijnvertoning die geen enkele waarde heeft. Het liefst zouden we deze kermisplechtigheid aan ons voorbij laten gaan en bedanken voor de eer. Is dit verstandig of moeten we voor de lieve vrede in onze familie toch maar opdraven?

Beste Doop zonder geloof,
Ook al laat uw familie zich zondags nooit zien in de kerk en gaan zij zich wellicht te buiten aan alles wat God verboden heeft, het beproefde ritueel rond de geboorte is kennelijk nog steeds belangrijk voor hen. Zie het als het laatste draadje waarmee ze nog met het geloof zijn verbonden. Het zou u sieren om als naaste familie te delen in de vreugde rondom de doopplechtigheid voor uw neefje, en u verder niet te bekommeren over de vraag of z'n ouders wel christelijk genoeg zijn.
Trouw 9 april 2011

De dominee die niet van flirten houdt


Dominee Bert Altena vindt Flirten met God maar niks. Op zijn weblog legt hij uit waarom. Hieronder de reactie van Koert van der Velde, de schrijver van het boek Flirten met God.
Voor de een is geloven een onmogelijke opgave, de ander draait er zijn hand niet voor om. Als Alice in Wonderland zegt dat ze niet kan geloven in onmogelijke zaken, antwoordt de koningin: ,,Ik durf te zeggen dat jij niet veel geoefend hebt. Toen ik jouw leeftijd had, deed ik het altijd een half uur per dag. Soms lukte het me om nog voor het ontbijt zo veel als zes onmogelijke dingen te geloven.”
Dominee Bert Altena lijkt in zijn recensie van het boek Flirten met God op de koningin. Hij schrijft over mij: ,,Ik vind het vreemd dat hij zo star is in zijn afwijzing van geloof zoals dat in de ruimte van de kerk kan worden beleefd. Daar is veel meer bewegingsruimte dan hij doet voorkomen. Binnen de christelijke traditie kun je heel goed je plaats vinden ook als je maar een heel klein beetje gelooft.”
            Een heel klein beetje voor waarhouden is volgens Altena al genoeg. Tegelijk is voor hem geloven ‘zoveel meer’ dan ‘vertrouwen in de waarheid van datgene waar religieuze beelden naar willen verwijzen’ (vrij naar de Van Dale). Ook ritueel en kerkgang maken voor hem deel uit van het geloven. De neiging van veel theologen om overal het woordje geloof maar bij te plakken geeft een ware begrippendiaree – geloofsbeleving, geloofspraktijk, geloofsleven, geloofstraditie, geloofsgemeenschap, geloofsopvoeding, ga maar door. Het zijn begrippen die vroeger de centraliteit van het geloven als voor waarhouden benadrukten. Tegenwoordig lijkt het eerder een stategie om het problematische van het geloven als voor waarhouden achter andere, niet aanstootgevende betekenissen weg te moffelen. Voor iemand als Altena is het woord ‘geloof’ zo volgeladen met betekenissen dat het bijna synoniem is aan religiositeit. Waardoor voor hem alleen al de gedachte aan de mogelijkheid van religiositeit zonder geloof eronder bezwijkt.
            Het ‘hele kleine beetje geloven’ dat Altena als voorwaarde voor religiositeit stelt, maak daar nou toch niet zo krampachtig probleem van, vindt Altena. Maar ook een ‘heel klein beetje geloven’ is voor wie niet meer kan en wil geloven veel te veel gevraagd. Zelfs gelooft zo iemand niet dat God niét bestaat; hij is agelovig, het religieuze geloven voorbij.
            Hoe komt Altena erbij de religiositeit van de minstens tien procent van de Nederlanders die niet gelooft maar wel aan religieus ritueel doet en dito ervaringen kan hebben te ontkennen? Waarom probeert hij hen het door hem (en mij) zo waardevol gevonden etiket ‘religiositeit’ te onthouden?
Religie is volgens Altena ‘verbinden’, en hij denkt bij de agelovige flirter het omgekeerde te zien: daar cirkelt de beleving om het eigen ik. Hij zegt dat omdat smaak voor de flirter het criterium is voor de keuze van religieuze vormen, en niet geloof (al zal het voor veel gelovigen stiekem ook zo liggen). Wie niet gelooft heeft echter geen andere opties dan expliciet een smaakcriterium te hanteren. Dat maakt de flirter nog niet tot egocentrist. Of Altena moet ook de kunstliefhebber en de wandelaar egocentrisch noemen.
Ook bij agelovige religiositeit speelt ‘verbinding’ een rol. Een agelovige flirt is vanzelfsprekend pas geslaagd als ze je de sensatie geeft dat er iets van buiten jezelf komt – de flirter waardeert deze sensatie, maar gelovig wordt hij er niet van. En ook deze agelovige flirter, niets menselijks is hem vreemd, zal verbondenheid met andere mensen nastreven, wellicht ook op religieus gebied, maar cruciaal voor de vraag of agelovig geflirt religieus is, is dat niet.
Wat is de diepste grond van Altena’s ontkenning van het religieuze karakter van het agelovige geflirt met God? Die grond is de overtuiging dat flirten geen werkelijk contact zal opleven. Hoe hij dat weet? Van God kennelijk, op basis van zijn geloof.
Nu is er op het gebied van religie niet gauw iets nieuws onder de zon, maar mogelijk is religiositeit zonder geloof wel een nieuwe ontwikkeling. Onze cultuur is zonder weerga veranderd, en dan is het mogelijk, en zelfs aannemelijk dat er ook op het gebied van religie dingen veranderen die ongekend zijn. Religiositeit zonder geloof klinkt velen als zeer herkenbaar in de oren, maar er zijn er ook die het hele idee maar niet kunnen vatten en de hakken in het zand zetten: religiositeit zonder geloof – ook al vatten ze nog niet helemaal wat het is – is afkeurenswaardig. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon: op het religieuze erf wordt vernieuwing traditioneel met boe-geroep begroet.




woensdag 25 mei 2011

Agelovige religiositeit in de media 1

NRC 14/15 mei 2011
Interview van Derk Walters met met L.M de Rijk
De Rijk (1924) was van 1956 tot 1961 lid van de Eerste Kamer, namens de PvdA. Hij was hoogleraar wijsbegeerte in Leiden en in Utrecht. Hij staat bekend als een groot kenner van de middeleeuwse wijsbegeerte.

Kritisch denken is een belangrijk thema in uw boek Geloven en weten. Pleidooi voor een sober atheïsme (2010). In dat boek valt u onder anderen de Britse bioloog Richard Dawkins aan, bekend van zijn boek God als misvatting (2006). Dawkins fileert alle argumenten voor het bestaan van een god. Dat getuigt toch juist van kritisch denken?

„Ik ben, net als Dawkins, een atheïst, in de letterlijke zin van het woord. Een a-theïst keert zich tegen het theïsme, de vanzelfsprekende aanname dat er een persoonlijke God-Schepper zou bestaan, onafhankelijk van ons denken. Aan vanzelfsprekende aannames doe ik niet. Het draait om empirie, om feiten."
„Dawkins gaat te ver waar hij stelt dat ook alle vormen van religiositeit absurd en verwerpelijk zijn. Ook al bestaat God niet, je kunt in je denken wel op zinvolle wijze een religieus domein ontwerpen dat jou inspireert. Dat mensen erin slagen om met behulp van hun religie hun leven zin te geven, is heel goed, maar het moet niet tot psychische verkramptheid leiden, bijvoorbeeld als mensen zich verplicht voelen om bij onverteerbaar, persoonlijk leed, zoals het verlies van een kind, te blijven geloven in de goede God.”